Terroir explores the past, present and future of our local food. A research project by Eatmosphere and Proef

  • Facebook - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle

Supported by:

Heden

Willy Versluys

Garnaalvisser

Onzekere toekomst voor de Belgische garnaalvisser

 

Willy Versluys is al 40 jaar reder aan wal in Oostende. In die tijd zag hij de Belgische visserij sterk afnemen. Toch ziet hij nog opportuniteiten om de visserij nieuw leven in te blazen. Zoals aquacultuur op zee bijvoorbeeld of garnalen kweken. “En dat zijn maar enkele van mijn dromen”, lacht Willy. “Ik blijf gewoon doorgaan.”

Hoe bent u in het vak terechtgekomen?

“Ik ben ingenieur van opleiding en runde samen met mijn vader en broer het bouwbedrijf Versluys. Toen het eind de jaren zeventig slecht ging in de bouw heb ik de overstap gemaakt naar de visserij. Ik kocht samen met mijn vader en twee kapiteins twee occasieschepen en breidde mijn vloot stilaan uit. Op een bepaald moment had ik negen vaartuigen, waaronder de laatste Ijslandvaarder Amandine. Vandaag heb ik nog een garnaalvisser, een allround vaartuig en drie werkboten waarmee ik aan aquacultuur doe: mosselen, oesters en zeewier kweken voor de kust van Nieuwpoort en tussen de windmolens in zee.”

“Maritiem erfgoed is mijn lust en leven. Een van mijn oudste schepen is nu erkend als varend erfgoed. Mensen geïnteresseerd in de garnaalvisserij kunnen elke dag meevaren met De Crangon en zelf beleven hoe we de garnalen nog op ambachtelijke manier vangen en verwerken.”

 

“Op garnalen vissen is jagen. Dat leer je niet op school, dat is puur de ervaring van de visser”

 

Hoe ziet een doorsnee dag voor een garnaalvisser eruit?

“Wij varen altijd ’s nachts. We vertrekken rond zes uur ’s avonds en komen tegen zes uur ’s ochtends terug binnen. We varen langs de kust, tot twaalf à vijftien mijl in zee. Op garnalen vissen, is jagen. Je weet nooit op voorhand waar ze zitten. Door ervaring, logboeken en de traditie van vader op zoon, weten de schippers natuurlijk wel waar ze de meeste kans hebben om garnaal te vangen. Dat heeft ook te maken met de temperatuur en de dikte van het water en de sterkte van het tij. Die zaken leer je niet op school, dat is puur de ervaring van de visser.”

 

Hoeveel kilo wordt er gemiddeld gevangen?

“Tijdens het garnaalseizoen, dat loopt van september tot half december, brengt een vaartuig tussen de 200 en 500 kilo aan wal. Maar er zijn ook nachten dat we met 1.000 kilo terugkeren! Er is nooit een overaanbod aan garnalen. De garnalen worden verkocht in de veiling of aan de vistrap in Oostende, waar de mensen ze rechtstreeks van de vissers kunnen kopen.”

 

Wie koopt jullie garnalen?

“Behalve een paar plaatselijke vishandelaars wordt de volledige vangst opgekocht door Nederlanders. Zij kopen ook garnalen in Duitsland, Denenmarken, Engeland… en vervoeren ze met koelwagens naar Marokko waar ze door duizenden vrouwen met de hand gepeld worden. Om het bederfproces tegen te gaan, worden de garnalen ‘gepoederd’. Eens gepeld worden ze behandeld met bewaar-, kleur- en smaakmiddelen en terug in bulk naar Nederland gebracht waar ze verpakt worden om uiteindelijk in de supermarkten te belanden. Ik moet er geen tekening bij maken dat dit proces mijlenver afstaat van dagverse garnalen…”

 

“De Purus garnaal is een knapperige en pittige garnaal, puur en uniek van smaak en intussen erkend als Vlaams streekproduct”

 

En daar besloot u iets aan te doen?

“Inderdaad! In 2008 heb ik samen met enkele andere garnaalvissers de handen in elkaar geslagen en hebben we ons eigen merk opgericht: de Purus garnaal. Wie Purus garnalen koopt, is zeker van verse garnalen, gevangen door Belgische schepen die maximaal 24 uur op zee zijn. De Purus garnaal wordt aan boord op aloude Vlaamse wijze gekookt: in zeewater met extra zout, zonder additieven of bewaarstoffen. Dat levert een knapperige en pittige garnaal op, puur en uniek van smaak.

 

“De garnaalpellen zijn zeer gegeerd door chef-koks om er bisques van te maken. Onze volledige reststroom wordt dus gerecupereerd”

 

U hebt ook als enige reder in België garnaalpelmachines?

“Dat klopt. Ik heb er dertig jaar naar gezocht, want thuis met de hand laten pellen is aan strikte voorwaarden onderhevig én onbetaalbaar aan onze lonen. Uiteindelijk heb ik in Nederland vier machines kunnen kopen van een zeventigjarige ingenieur die ze in zijn schuurtje heeft gebouwd. Ik kan nu 15 kilo garnalen per uur pellen. Als je weet dat een garnaal voor twee derde uit schaal bestaat, blijft er dus maar 5 kilo over voor consumptie. Gelukkig kan ik de garnaalpellen ook verkopen. Die zijn zeer gegeerd door chef-koks om er bisques van te maken. We hebben dus geen afval, de volledige reststroom wordt gerecupereerd.”

 

Wat zijn de grootste moeilijkheden waarmee de garnaalvisser kampt?

“Garnaalvissen is zéér gevaarlijk. Na de bouwsector is de visserij de meest gevaarlijke ter wereld. Garnaalboten zijn boomkorvaartuigen: grote netten hangen langs weerzijden van het vaartuig aan een stalen buis - ‘de boom’ - in het water en slepen over de bodem. Daardoor kapseizen ze gemakkelijk. Een aantal jaar geleden is er een boomkorvaartuig van mij gekapseisd en zijn er twee bemanningsleden gestorven. Toen heb ik beslist: nooit geen boomkor meer, te gevaarlijk!”

 

“Vissen in het algemeen is heel duur. Maar aangezien de garnaalboten door de bodem ploegen, verbruiken zij nog meer brandstof. De oliecrisis van een aantal jaren geleden heeft dan ook een aantal collega’s dik in de problemen gebracht. De brandstofprijzen zijn toen net op tijd gedaald of er bestond waarschijnlijk geen Belgische visserij meer.”

“Naast de brandstof en de licentie is het onderhoud van de vaartuigen ook heel duur. De Belgische garnaalvloot is heel oud. De tien overgebleven garnaalboten zijn allemaal gemiddeld vijftig jaar. Het is dus constant lappen en tappen, want een nieuw vaartuig is enorm duur. Om je een idee te geven: een kleine garnaalvisser kost ongeveer twee miljoen euro. De banken zijn niet meer geneigd om de visserij te ondersteunen, er zijn ook geen Europese subsidies meer voor nieuwe vaartuigen en wie geld heeft, investeert dat zeker niet in de visserij (triest). Als er een boot verdwijnt, wordt die dus niet meer vervangen.”

 

Hoe ziet u de toekomst van de garnaalvissers in?

“Slecht! (Overtuigd) De visserijsector in het algemeen zit in een serieuze crisis. Als er niet drastisch iets gebeurt, dan is de Belgische visserij ten dode opgeschreven. Misschien zal er wel nog visserij zijn, maar het zal niet meer de onze zijn. In heel België zijn er vandaag nog slechts zestig vaartuigen, waarvan tien garnaalvissers. Dertig schepen zijn nog in Belgische handen, de andere helft is van Nederlanders, Engelsen en Spanjaarden. Zij varen met onze schepen en onze licenties, maar nemen alle toegevoegde waarde mee naar hun land.”

 

Hoe wapent u zich voor de toekomst?

“Garnaalvissen is maar een klein deel van mijn activiteiten. Ik ben al tien jaar bezig met aquacultuur op zee. Ik kweek, via een pilootproject, oesters, mosselen en zeewier tussen de windmolens Nu is het wachten op groen licht om effectief van start te gaan. Het project heeft al heel wat voeten in de aarde gehad en veel geld gekost. Bovendien zou het een gemiste kans zijn voor België om niet haar eigen mosselen en oesters op de markt te brengen. Waarom zouden we moeten opboksen tegen de Nederlanders als we zelf een product hebben dat minstens even goed is?”

 

“Een ander project waarmee ik bezig ben is garnalen kweken in bassins met zeewater. De eerste testen zijn positief. We kunnen al kweken op kleine schaal, maar mijn grote droom is om eind dit jaar te starten op semi-economisch haalbare schaal in grotere kweekbakken. We bootsen de habitat van de zee na, met stroming, verlichting en natuurlijke voeding. Dat laatste is een absolute voorwaarde. Zodra we chemische middelen moeten gebruiken, stop ik ermee! Maar als het lukt, dan kunnen we het hele jaar door, ook buiten het garnaalseizoen, onze keten draaiende houden en genieten van die kleine grijze delicatesse.”

Interview: Bo Bogaert

Foto's: EquinoxLightPhoto