Terroir explores the past, present and future of our local food. A research project by Eatmosphere and Proef

  • Facebook - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle

Supported by:

Verleden

Piet Vanoirbeek

Fruitkweker

“Ik hoef niet per se perfecte appelen”

 

Piet Vanoirbeek (65) is een overtuigd hobbykweker van oude fruitsoorten en deelt zijn hele oogst met liefde uit. “De commerciële fruitsoorten van vandaag hebben zeker hun economische waarde, maar voor mij zijn die oude soorten evenveel waard. Klassiekers zijn toch altijd goed?”

Vanwaar uw passie voor oude fruitsoorten?

“Ik ben geboren en getogen in Sint-Truiden, een van de mooiste fruitstreken van België. Mijn vader was een fruitboer. Zelf had hij had geen boomgaarden, maar hij huurde er en werd betaald om het fruit te plukken. Om het jaar rond te komen plukte hij appels, peren, kersen en pruimen. Als kleine jongen hielp ik hem daarbij en nadien gingen we samen naar de fruitveiling om het geplukte fruit te verkopen.”

 

Maar u trad niet in uw vaders voetsporen?

“Nee. Rond de jaren 1950 kende de Belgische fruitsector grote moeilijkheden en was er nog weinig toekomst in de fruitteelt. De prachtige hoogstamboomgaarden moesten plaats maken voor efficiëntere aanplantingen: de laagstamplantages. Op dezelfde oppervlakte konden meer bomen groeien, die ook nog eens sneller vruchten droegen. De keerzijde was wel dat die laagstambomen veel vatbaarder waren voor plagen en ziekten en de fruitboeren startten met chemische bestrijdingsmiddelen. Voor mij was dat een brug te ver. Ik ben altijd heel milieubewust geweest en ik ben ervan overtuigd dat chemisch sproeien ons ecosysteem in gevaar brengt en ons immuunsysteem onrechtstreeks verzwakt. Ik pleit voor biologisch, onbehandeld fruit. Ik moet niet zo nodig perfecte appelen hebben. Heeft een appel, een slecht plekje, dan snij je dat er toch gewoon uit?

 

Naast een onzekere toekomst in de fruitteelt, vond mijn vader het ook beter dat ik voor een job met zekerheid zou kiezen: een vast loon, een pensioen, sociale zekerheid… Ik behoor eigenlijk tot de eerste generatie jongeren die aangemoedigd werd om verder te studeren. Ik koos voor maatschappelijk assistent, een job die ik mijn hele leven heb uitgeoefend.”

Ik heb lang nagedacht over wat mijn leven zin zou geven en toen kwam ik uit bij bomen kweken. Een boomgaard aanplanten, snoeien, verzorgen en daar dan de vruchten van plukken… dat is wat ik zocht!

 

Maar toch bleef het kriebelen?

“Inderdaad (lacht). Ik was op zoek naar zingeving in mijn leven. Ik heb toen heel lang nagedacht over wat mijn leven zin zou geven en toen kwam ik uit bij bomen kweken. Een boomgaard aanplanten, snoeien, verzorgen en daar dan de vruchten van plukken… dat is wat ik zocht! In een appel kunnen bijten, gewoon zoals hij van de boom komt, dat is zoiets puur! In heel veel zaken in mijn leven zoek ik naar het pure, naar de kern van de zaak.

 

Mijn schoonouders hadden in Bunsbeek bij Tienen nog een stuk bouwgrond liggen en daar heb ik mijn boomgaard aangeplant. In 1992 kocht ik bij de Nationale Boomgaardenstichting enkele bomen. Deze vzw ijvert ervoor om hoogstamboomgaarden als cultureel erfgoed te bewaren en kweekt zelf oude rassen om te verkopen. Van de gemeente kreeg ik zelfs 5 jaar lang subsidies om die hoogstambomen aan te kopen.

 

Ik heb verschillende soorten appelen: Reinette de France, Jonathan, Schone van Boskoop, IJzerappel, Sterappel, Cox d’Orange, Oogstappel en peren: Beurré Hardy en Doyenné. Naast appelen en peren heb ik ook pruimen, kersen en een bessenhof. Als fruitboer is het heel belangrijk om te differentiëren. Het maakt je in de eerste plaats minder kwetsbaar; als de oogst van een soort tegenvalt, dan heb je nog steeds andere soorten achter de hand. Maar het is ook gezonder om meerdere fruitsoorten door elkaar te planten. Plagen en ziekten kunnen zich zo minder gemakkelijk verspreiden. Tot slot hebben ze elkaar ook nodig voor de bevruchting. Als je veel door elkaar plant, ben je zeker van bestuiving.”

Om de kersenvlieg op afstand te houden, sproei ik met een biologisch product. Dat is de enige toegeving die ik maak, anders… geen kersen

 

Wat zijn de grootste moeilijkheden die u ervaart?

“Omdat ik honderd procent biologisch werk, moet ik waakzaam zijn voor plagen en ziekten. De fruitmot bijvoorbeeld is de grootste vijand van de appel. Die baant zich een weg naar het klokhuis waardoor de volledige appel wegrot. De kersenvlieg is nog erger. Die legt haar eitjes in de kers waar ze wormpjes worden. Het is niet schadelijk om ze op te eten, maar het is natuurlijk niet plezant. Om die vlieg op afstand te houden, sproei ik met een biologisch product. Dat is de enige toegeving die ik maak, anders… geen kersen.

 

Een bijkomende moeilijkheid, voor mij persoonlijk, is de afstand. Mijn boomgaard ligt op 50 km van mijn thuis. Dat is vrij ver voor een hobby die bijna dagelijks tijd vraagt. Er is wel altijd iets te doen: snoeien, oogsten, maaien… Gelukkig helpt mijn vrouw me veel. Ook al kost het veel tijd en energie en kunnen we haast nooit op vakantie, het resultaat is altijd bevredigend. Elk jaar hebben we een pak fruit waar we een hoop mensen een plezier mee kunnen doen. Want ja, we verkopen niets, we delen alles uit.

 

Ken je de quote uit het boek ‘Le Petit Prince’ van Antoine De Saint-Exupéry? C’est le temps que tu as perdu pour ta rose, qui fait ta rose si importante. Het is de tijd die je spendeert aan je roos, die je roos zo belangrijk maakt. Dat geldt ook voor mij en mijn bomen. Omdat ik mijn bomen zo hard koester, steek ik daar veel tijd en moeite in en daarom vind ik dat zo belangrijk.”

 

Waarom zijn hoogstamboomgaarden niet populairder?

“Een hoogstamboomgaard vraagt tijd. Veel tijd. Het duurt ongeveer 10 tot 15 jaar vooraleer hij opbrengt. Commercieel gezien is dat dus niet interessant. Maar eens hij in volle expansie is, kan hij wel tot 500 kg fruit per seizoen dragen, en dat voor 40 à 50 jaar.

 

Maar tegenwoordig is het niet meer mogelijk om je boterham te verdienen met een hoogstamboomgaard. Om van de teelt te kunnen leven, heb je heel veel hectare grond nodig. Laagstamboomgaarden zijn een pak minder arbeidsintensief. Je hebt geen ladder nodig om te plukken of te snoeien en de tractor kan gewoon tussen de rijen bomen rijden om te sproeien.”

Het wordt moeilijk voor de oude fruitvariëteiten om een plaatsje in de commerciële markt te veroveren, maar in het liefhebberscircuit zullen ze blijven bestaan

 

Hoe ziet u de toekomst van de hoogstamfruitbomen dan in?

“In moeilijkere tijden grijpen mensen altijd terug naar authenticiteit. Dat is zoals met de kerken die leeglopen. Maar als er morgen bijvoorbeeld hongersnood of een kernoorlog uitbreekt, dan gaan mensen terug op zoek naar de zin van het leven en keren ze terug naar de basis.

 

Toen de televisie haar intrede deed, voorspelde men de dood van de radio. Maar uiteindelijk bestaan ze gewoon naast elkaar. Ik denk dat dat met hoog- en laagstam net hetzelfde is. Het wordt moeilijk voor de oude fruitvariëteiten om een plaatsje in de commerciële markt te veroveren, maar in het liefhebberscircuit zullen ze blijven bestaan.”

Tekst: Bo Bogaert