Terroir explores the past, present and future of our local food. A research project by Eatmosphere and Proef

  • Facebook - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle

Supported by:

Verleden

Eddy D’Hulster 

Garnaalvisser te paard

Het geheim van de paardenvisser

Eddy D’Hulster is al 56 jaar gedreven garnaalvisser te paard in Oostduinkerke. Hij vertelt ons gepassioneerd over het ambacht en verklapt het geheim van de paardenvisser: “Liefde, je moet de garnalen koken met heel veel liefde.” 

Hoe bent u ertoe gekomen om garnaalvisser te paard te worden?

“Door de liefde. Ik heb mijn vrouw leren kennen toen ik 18 was. Haar vader was een paardenvisser, ‘de rosten Durang’. Uit liefde voor mijn toekomstige vrouw ging ik mee met haar en haar vader. Hij heeft me alle knepen van het vak geleerd.”

 

“Dankzij Oostduinkerkes sterke visserstraditie, waarbij het ambacht van vader op zoon werd doorgegeven, zijn we vandaag terug met vijftien”

 

Oostduinkerke is de enige plaats ter wereld waar er nog garnaalvissers te paard zijn, hoe komt dat?

“De eerste garnaalvissers te paard in Oostduinkerke dateren van 1.500 na Christus. In de loop van de jaren heeft het ambacht veel ups en downs gekend, net zoals het aantal vissers. Dankzij Oostduinkerkes sterke visserstraditie, waarbij het ambacht van vader op zoon werd doorgegeven, zijn we vandaag terug met vijftien. Sinds eind 2013 heeft de UNESCO de garnaalvissers te paard uit Oostduinkerke opgenomen als immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid en is er een vernieuwde interesse in het ambacht.”

 

“Een andere reden is het feit dat Oostduinkerke in een bocht ligt en geen verlies van zand heeft zoals de meeste kuststeden. We hebben dus veel zandbanken en kellen, dé plaats bij uitstek voor de garnaal om haar eitjes te werpen. De zon en het warme strandwater broeden de eitjes uit en dan ontstaat de ideale wereld: een wereld met alleen maar mannetjes (lacht). Aangezien de garnaal een tweeslachtig dier is, worden de mannetjes een paar jaar later allemaal vrouwtjes. Zij leggen twee tot drie keer per jaar zo’n zesduizend eitjes. Het feit dat iedere garnaal zich kan voortplanten, houdt het garnaalbestand in stand.”

 

“Als paardenvisser kun je nooit genoeg garnalen vangen om al je klanten tevreden te stellen”

 

Hoe ziet een doorsnee dag voor een garnaalvisser eruit?

“Wij gaan enkel tijdens de maanden april, mei, juni, september, oktober en november op pad. In die maanden zijn de garnalen op hun best. We vissen alleen bij laag water, dus twee keer per dag en dat tijdstip verschilt dagelijks. Twee uur vóór en een uur ná laag water is de beste periode om garnalen te vangen. Nadien is de stroming te sterk en kruipen ze dieper in het zand.”

 

“Wanneer onze netten vol zijn, zeven we eerst de garnalen in de branding. Alle bijvangst, voornamelijk krab en sprot, smijten we onmiddellijk terug in zee. De meerderheid leeft dan nog. Soms brengen we ook een aantal kleine vissen mee om te verkopen of zelf te eten, zoals tong. Daarna haasten we ons naar huis want het is belangrijk om de garnalen te koken wanneer ze nog leven. Als ze dood zijn, is de kwaliteit een pak minder. Omdat onze garnalen maar één dag bewaren, moeten we ze onmiddellijk verkopen. Daarvoor heeft iedere paardenvisser zijn vaste klanten. En nee, wij hebben nooit overschot. Als paardenvisser kun je nooit genoeg garnalen vangen om iedereen tevreden te stellen.”

 

Hoeveel kilo vangt u gemiddeld per keer?

“In het voorjaar schommelt dat tussen 5 en 10 kilo, in het najaar tussen 10 en 20 kilo. Onafhankelijk van de vangst, verkopen we onze garnalen aan 9 euro per kilo. Dat is een prijsafspraak onder alle garnaalvissers.”

 

Is er een verschil tussen de garnalen die per boot of per paard gevangen worden?

“Nee, de garnalen zijn identiek, maar de bereidingswijze is anders. De paardenvisser kookt de garnalen in vers water met zout en voegt er zijn geheim aan toe (knipoogt lachend). Daarna verkoopt hij ze meteen, puur natuur, aan de mensen uit de buurt om ze dezelfde dag te eten. Op de boten daarentegen wordt er boraxzout aan het kookwater toegevoegd. Dat is een natuurlijk bewaarmiddel waardoor de garnalen totvijf dagen goed blijven. Het boraxzout maakt de pel van de garnalen wel harder en beïnvloedt de smaak.”

 

Zijn de garnalen van de paardenvissers beter?

“Uiteraard! (lacht) Er is zelfs een smaakverschil tussen de garnalen afkomstig uit Nieuwpoort, Oostende of Zeebrugge. Dat komt omdat de levensomstandigheden van de garnaal, de smaak bepaalt. Garnalen zijn schaaldieren die op de grond leven en zich voeden met het plankton uit het zand. Hoe verder je richting Zeebrugge en Nederland gaat, hoe meer slijk er in de strandbodem zit en dat proef je!”

 

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de garnaalvissers te paard vandaag?

“De grootste uitdaging is een logistiek probleem. Er is in de gemeente een groot tekort aan weiden en stallen om onze paarden onder te brengen. Als de gemeente het ambacht in stand wil houden, dan moet ze weiden opkopen en toelaten om er paarden te houden. Jammer genoeg gebeurt dat niet omdat veel omwoners dat niet dulden.”

 

“Een ander probleem is dat er vandaag niet veel Belgische trekpaarden meer zijn die nog effectief werken. Ja, er zijn voldoende Brabantse trekpaarden, maar die dieren worden vooral gehouden voor hun veulens en verschijning, niet om echt te werken.”

 

“Een goede garnaalvisser moet passie hebben én voor de zee, én voor het paard én voor de garnaal”

 

Hoe ziet u de toekomst van de garnaalvissers te paard in?

“Ik denk wel dat het goed zit. De laatste jaren is er opnieuw interesse in het ambacht. Er zijn een drietal jonge mensen bijgekomen die de juiste passie bezitten om het vol te houden. Want om garnaalvisser te zijn, moet je immers én passie hebben voor de zee, én voor het paard én voor de garnaal. Zolang het getij blijft bestaan, geldt dat ook voor de visserij te paard!” 

Interview: Bo Bogaert

Foto's: EquinoxLightPhoto